top of page

De verschillende hersenfuncties en dementie: Executief functioneren

  • 20 mei 2024
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 26 mei 2024


Deze week staan we opnieuw stil bij de hersenfuncties die we in Module 1 al kort voorbij hebben zien komen. Vorige week heb ik een blog geschreven over de ‘complexe aandacht’ en dit keer sta ik met jullie stil bij de hersenfunctie ‘executief functioneren’.


Het executief functioneren verwijst naar de denkfuncties die je nodig hebt om op een goede manier te kunnen functioneren in het dagelijks leven, met alle uitdagingen of veranderingen die dit met zich meebrengt. Hieronder worden de hogere denkfuncties verstaan, zoals bijvoorbeeld het aansturen van ons handelen en gedrag, het stellen van doelen en het verwerkelijken daarvan. 


Als we kijken naar ons brein, is met name de prefrontale cortex betrokken bij onze executieve denkfuncties. Dit is het deel van de hersenen dat recht achter ons voorhoofd zit (zie afbeelding hiernaast). In de gemakkelijke weergave die we besproken hebben in Module 2 valt dit onder het ‘menselijk brein’. 


Er vallen verschillende denkfuncties onder het executief functioneren en deze loop ik vandaag graag met jullie langs. 

  • Plannen is redelijk vanzelfsprekend. Dit houdt in dat je een plan maakt over hoe je iets moet doen en wat je hiervoor nodig hebt, voordat je het daadwerkelijk uit gaat voeren. Zo maken we bijvoorbeeld voor een verbouwing een uitgebreid plan wat we wanneer gaan slopen en wanneer het af moet zijn, voordat de meubels kunnen komen. Dit is natuurlijk een groot voorbeeld, maar dagelijks maken we een plan. We plannen hoever van tevoren we van huis moeten vertrekken om op tijd op het werk aan te komen. 

  • Besluiten nemen doen we allemaal dagelijks, ook zonder dat we het doorhebben. We kiezen ‘s ochtends of we wel of niet ons bed uitkomen, welke kleding we aantrekken, of we met de fiets of met de auto naar het werk gaan en wat we op ons boterham zullen smeren. Over veel besluiten denken we maar amper na, maar als het complexer wordt, hebben we er misschien meer tijd voor nodig. We zijn dan als mens in staat om het probleem van verschillende kanten te bekijken, de oorzaak van het probleem te achterhalen en de voor- en nadelen op te noemen van de verschillende oplossingen. Op basis van alle informatie bij elkaar genomen, zijn we in staat om een beslissing te maken.

  • Het werkgeheugen stelt ons in staat om informatie kortdurend vast te houden in onze gedachten en er vervolgens iets mee te doen. Dat klinkt natuurlijk erg vaag, maar zal ik verduidelijken. Een goed voorbeeld hiervan zijn de spelletjes ‘Memory’ of ‘Wie ben ik?’. Bij Memory draai je twee kaartjes om en zie je bijvoorbeeld de plaatjes ‘appel’ en ‘huis’. Je moet je onthouden welke plaatjes op welke plek liggen. Vervolgens draai je ze terug om, zodat je de afbeelding niet meer ziet en is de ander aan de beurt. Intussen ga je op zoek naar de tweede appel en het tweede huis, maar moet je nog steeds onthouden waar je die eerste appel hebt zien liggen. Het vermogen om te blijven onthouden waar dat eerste kaartje met de appel lag en ondertussen te zoeken naar het tweede kaartje met de appel, wordt het werkgeheugen genoemd. Ook het onthouden van een telefoonnummer voordat je deze kunt opschrijven of je vraag bewaren tot het eind van de presentatie zijn voorbeelden van vermogens van het werkgeheugen. 

  • Een andere vaardigheid die onder het executief functioneren valt is het reageren op feedback en het corrigeren van fouten. Hierbij moet je denken aan het vermogen om je fouten te verbeteren, nadat je bijvoorbeeld van je collega te horen hebt gekregen dat je een verkeerde aanpak hebt gehanteerd.

  • Gewoonten en/of inhibitie doorbreken verwijst naar het vermogen om je gedrag te kunnen uitstellen, afremmen of stoppen. Een goed voorbeeld is om bijvoorbeeld eerst na te denken voordat je handelt. Hiermee kun je voorkomen dat je dingen eruit flapt en ongepaste dingen zegt. Dit speelt daarnaast ook een grote rol bij het kunnen volhouden van de aandacht en je kunnen verzetten tegen afleidende prikkels.

  • De laatste denkfunctie die ik hieraan toe wil voegen is de mentale of cognitieve flexibiliteit. Dit is het vermogen om te kunnen wisselen van je gedrag of gedachten, wanneer de omstandigheden veranderen. Een voorbeeld hierbij is dat je je aan moet passen aan de verschillende situaties, op je werk ben je misschien rustiger en meer ingetogen dan dat je bij je vrienden bent. Maar ook als je gewend bent om altijd op te staan met een kop koffie en de koffie is op, moet je je aanpassen aan deze situatie en misschien een keer naar werk gaan zonder een kop koffie. Als je onderweg dan een wegafsluiting tegenkomt, moet je je aanpassen en een andere weg verzinnen om toch op je werk te komen. Deze veranderingen en aanpassingen doen een beroep op je mentale flexibiliteit. 


In de twee filmpjes hieronder wordt nog een visuele uitleg gegeven over de executieve functies. Ondanks dat deze filmpjes het met name hebben over hoe deze functies zich ontwikkelen bij kinderen, geeft dit toch een duidelijk beeld.






Wat zien we terug in het executief functioneren bij dementie, wanneer dit niet meer goed werkt?


Wanneer er problemen zijn met het plannen kan dit ervoor zorgen dat mensen met dementie moeite hebben om taken te organiseren en een (denkbeeldig) stappenplan te maken om doelen te bereiken. Ze kunnen niet goed vooruitdenken en inschatten welke stappen nodig zijn om een taak te voltooien. Koken wordt bijvoorbeeld lastiger, gezien we bij koken ook een denkbeeldig stappenplan moeten maken. Mensen met dementie slaan stappen over of doen dingen in de volgorde, zoals eerst de groenten willen koken en daarna deze nog moeten schillen bijvoorbeeld.


Het maken van keuzes en het nemen van beslissingen wordt moeizaam. Mensen met dementie kunnen overmatig twijfelen of onlogische beslissingen (voor ons) nemen vanwege hun verminderd beoordelingsvermogen. Dit kan leiden tot onzekerheid, het vermijden van beslissingen of impulsiviteit, waarbij men snel en ondoordacht keuzes maakt. Dit beïnvloedt zowel eenvoudige beslissingen, zoals wat iemand vandaag zal gaan eten, tot complexe beslissingen over bijvoorbeeld de financiën.


Problemen in het werkgeheugen maken het lastig om meerdere instructies te volgen of informatie vast te houden terwijl ze een taak uitvoeren. Zo kan iemand vergeten wat hij of zij aan het doen is, als hij of zij wordt afgeleid of wordt onderbroken door iets anders. Ook heeft iemand misschien herhaling nodig van de instructies die zijn gegeven, omdat hij of zij deze niet in het werkgeheugen kan vasthouden. 


Mensen met dementie kunnen moeite hebben met het herkennen van en reageren op feedback. Ze kunnen dezelfde fouten herhalen, omdat ze de correcties of suggesties van anderen niet goed verwerken. Dit leidt tot verminderde leerervaringen en moeilijkheden bij het aanpassen van het gedrag op basis van deze nieuwe informatie. 


Het doorbreken van gewoonten en het onderdrukken van ongepaste reacties wordt moeilijker. Mensen met dementie kunnen vasthouden aan routinematig gedrag, zelfs als de situatie om verandering vraagt. Ze hebben meer moeite met het aanpassen aan nieuwe omstandigheden en kunnen ongepast of sociaal onaanvaardbaar gedrag vertonen door verminderde remming. 


De mentale flexibiliteit verwijst naar het vermogen om van gedachten of handelingen te wisselen in reactie op veranderende omstandigheden. Bij dementie wordt dit vermogen sterk verminderd. Mensen kunnen zich rigide gedragen en moeite hebben met het verleggen van hun aandacht van de ene taak naar de andere. Ze kunnen vasthouden aan één denkpatroon of strategie, zelfs als deze niet effectief is. Vaak zie je dat iemand nog in het vorige gespreksonderwerp blijft hangen of niet kan switchen naar de volgende opdracht en bezig blijft met hetgeen waar jullie als eerste mee bezig waren.  


Tips en handvatten hoe je jouw naaste met problemen in het executief functioneren kan ondersteunen:

  • Bied een vaste structuur en routines. Hiermee creëer je voorspelbaarheid en daarmee dus veiligheid. Dit helpt angst en verwarring te verminderen.

  • Geef duidelijke, eenvoudige en stapsgewijze instructies, dus één voor één. Vermijd lange uitleg, gezien iemand dit niet vast kan houden in het werkgeheugen.

  • Maak gebruik van visuele hulpmiddelen zoals kalenders, notities, herinneringen, checklists en schema's om plannen en afspraken te organiseren.

  • Bied beperkte keuzes aan om besluiteloosheid en verwarring te verminderen. Bijvoorbeeld, in plaats van te vragen "Wat wil je eten?", geef je twee opties: "Wil je kip of vis?"

  • Wees geduldig en ondersteunend bij het nemen van beslissingen. Sta toe dat jouw naaste meer tijd neemt om na te denken en beslissingen te maken.

  • Geef complimenten en uit waardering voor correcte acties en vermijd kritiek. Wanneer je wel aangeeft dat iets niet goed ging, doe dit dan op een vriendelijke, niet verwijtende manier.


Wat zie jij terug in het executief functioneren bij jouw naaste met dementie? Wat doe je om hem of haar hierbij te helpen? Laat het weten in de reacties hieronder!

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

©2026 Samen Sterk Tegen Dementie

bottom of page