De verschillende hersenfuncties en dementie: Leren en geheugen
- 26 mei 2024
- 5 minuten om te lezen
De afgelopen weken hebben we stilgestaan bij de verschillende hersenfuncties en dementie. In de eerste blog keken we naar de complexe aandacht en vorige week besprak ik het executief functioneren met jullie. Dit keer staan we stil bij het ‘leren en geheugen’. Mogelijk iets makkelijker dan de blog van vorige week, omdat deze hersenfunctie voor iedereen wat meer herkenbaar is.

Leren en geheugen verwijst naar hoe we informatie opslaan en onthouden. Dit is belangrijk voor hoe we elke dag functioneren. Deze hersenfunctie kan worden onderverdeeld in kortetermijngeheugen en langetermijngeheugen. Hieronder beschrijf ik hoe dit proces gaat aan de hand van de termen: 'opnemen', 'opslaan' en 'oproepen'.
Voordat informatie kan worden opgeslagen in ons korte- of langetermijngeheugen, moet het eerst worden opgenomen. Dit proces begint met de zintuiglijke waarneming. Onze zintuigen (zicht, gehoor, smaak, reuk en aanraking) verzamelen voortdurend informatie uit onze omgeving. Deze zintuiglijke informatie wordt kort vastgehouden in het zintuiglijk geheugen, dat zeer vluchtig is en informatie slechts voor een paar seconden vasthoudt.
Vanuit het zintuiglijk geheugen wordt de informatie gefilterd en doorgegeven aan het kortetermijngeheugen, ook wel werkgeheugen genoemd. Het kortetermijngeheugen is als een kladblok in je hoofd. Het houdt een kleine hoeveelheid informatie vast voor een korte tijd, zoals een telefoonnummer dat je onthoudt totdat je het opschrijft. Dit geheugen werkt voor enkele seconden tot minuten en kan maar een paar dingen tegelijk onthouden. Dit is het moment waarop we beslissen of de informatie belangrijk genoeg is om verder te verwerken. Concentratie en aandacht spelen hierbij een cruciale rol. Zonder voldoende aandacht gaat de informatie verloren.
Als de informatie belangrijk of interessant genoeg is, wordt deze gecodeerd en opgeslagen in het langetermijngeheugen. Dit proces kan worden versterkt door herhaling en diepere verwerking, zoals het maken van verbanden met bestaande kennis of het visualiseren van de informatie.
Zodra de informatie in het langetermijngeheugen is opgeslagen, kan het later worden opgeroepen wanneer dat nodig is. Het langetermijngeheugen is dus als een archief in je brein. Het slaat informatie op voor een lange periode en kan verder worden onderverdeeld in verschillende soorten geheugen:
Semantisch geheugen: Dit is het geheugen voor feitelijke kennis, zoals dat Parijs de hoofdstad van Frankrijk is.
Autobiografisch geheugen: Dit is het geheugen voor persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen uit je eigen leven, zoals je laatste vakantie of je eerste schooldag.
Impliciet geheugen: Dit is het geheugen voor onbewuste vaardigheden en gewoonten, zoals fietsen of typen zonder na te denken.
Als informatie eenmaal is opgeslagen in het langetermijngeheugen, kunnen we deze informatie op latere momenten weer oproepen. Het oproepen van informatie uit het langetermijngeheugen is een proces waarbij opgeslagen herinneringen, kennis en vaardigheden weer naar het bewuste bewustzijn worden gebracht. Dit proces kan plaatsvinden op verschillende manieren en speelt een essentiële rol in ons dagelijks functioneren. Wanneer we informatie oproepen, activeren we de neurale netwerken die betrokken zijn bij de opslag van die specifieke herinnering. Er zijn twee hoofdtypen van oproeping: herkenning en herinnering.
Herkenning: Dit gebeurt wanneer we bijvoorbeeld iets zien, horen, ruiken voelen of proeven dat ons helpt om een herinnering op te roepen. Bijvoorbeeld, het zien van een oude foto kan herinneringen oproepen aan de gebeurtenis die op de foto is vastgelegd. Herkenning is meestal makkelijker omdat het minder actieve inspanning vereist.
Herinnering: Dit vereist het actief ophalen van informatie zonder een directe prikkel (van bijvoorbeeld iets zien of horen). Bijvoorbeeld, proberen om een vriend zijn telefoonnummer uit je hoofd te herinneren. Herinnering vereist vaak meer mentale inspanning en kan worden verbeterd door technieken zoals herhaling en associatie.
Het vermogen om informatie op te roepen kan beïnvloed worden door verschillende factoren, zoals de mate waarin de informatie oorspronkelijk werd geleerd en opgeslagen, de tijd die is verstreken sinds de informatie werd opgeslagen, en eventuele interferentie van andere herinneringen. Emoties spelen ook een belangrijke rol; sterk emotionele gebeurtenissen worden vaak beter en levendiger herinnerd.
In het onderstaande filmpje wordt nogmaals beeldend hierover uitleg gegeven. Het filmpje is gemaakt voor mensen met hersenletsel, maar past in zekere zin ook bij de problemen die gezien worden bij dementie.
Wat zien we terug in het leren en geheugen bij dementie, wanneer dit niet meer goed werkt?
Problemen met het opnemen, opslaan en/of oproepen van informatie kunnen leiden tot geheugenstoornissen, zoals bij dementie. Soms gebeurt het dat iemand het zelf niet in de gaten heeft, maar de omgeving opmerkt dat het geheugen achteruitgaat.
Voorbeelden van wat gezien of gemerkt kan worden:
Opnemen: Mensen met dementie kunnen moeite hebben om nieuwe informatie op te nemen in het kortetermijngeheugen (ofwel werkgeheugen). Ze kunnen vergeten wat er kortg eleden is gezegd of gebeurd, zoals afspraken, recente gebeurtenissen of gesprekken.
Opslaan: Het langetermijngeheugen kan worden aangetast, waardoor nieuwe informatie niet goed wordt vastgelegd. Ze kunnen moeite hebben om recent geleerde feiten of gebeurtenissen te onthouden.
Oproepen: Het oproepen van opgeslagen informatie kan moeilijk zijn. Ze kunnen moeite hebben om namen, gezichten, woorden of gebeurtenissen te herinneren die eerder bekend waren.
In het beginstadium van de dementie kan gemerkt worden dat iemand het lastiger vindt om recente gebeurtenissen te onthouden en steeds meer afhankelijk is van lijstjes of de agenda. Iemand zegt soms binnen een aantal weken hetzelfde tegen dezelfde persoon en kan mogelijk niet goed onthouden of de rekeningen nu al wel of nog niet betaald zijn.
Wanneer iemand wat verder in het ziekteproces komt, kan gemerkt worden dat iemand zich binnen hetzelfde gesprek meerdere keren herhaalt en namen van familieleden niet meer kan onthouden. Afspraken worden vergeten, zelfs wanneer deze opgeschreven zijn op een briefje of in de agenda. Iemand vergeet soms überhaupt dat er een agenda is. Iemand moet meerdere keren per dag herinnerd worden aan wat hij of zij zou gaan doen.
Tips en handvatten hoe je jouw naaste met problemen in het leren en geheugen kan ondersteunen:
Zorg voor een rustige omgeving, zonder te veel afleiding, zodat je naaste met dementie de mogelijkheid krijgt om de aandacht erbij te houden en informatie - indien mogelijk - goed op te nemen.
Geef jouw naaste de tijd om de informatie op te nemen. Bied daarom niet te veel informatie tegelijkertijd en pas je tempo aan.
Maak gebruik van kalenders, planners of notities om belangrijke afspraken en taken te onthouden.
Label belangrijke items in huis of gebruik foto’s en/of plaatjes om informatie/instructies visueel weer te geven.
Maak gebruik van technische hulpmiddelen. Zo is er bijvoorbeeld een hulprobot die kan aangeven wanneer jouw naaste zijn of haar medicatie in moet nemen of wanneer het tijd is om te gaan eten.
Zorg voor een goede structuur en gebruik een vaste dag- en weekindeling.
Bewegen is gezond voor de hersenen! Stimuleer regelmatige lichaamsbeweging, zoals even een rondje wandelen.
Blijf rustig en kalm wanneer jouw naaste gefrustreerd raakt door geheugenproblemen. Geef jouw naaste de tijd en ruimte om zich te uiten en toon begrip.
Wat zie jij terug in het leren en geheugen bij jouw naaste met dementie? Wat doe je om hem of haar hierbij te helpen? Laat het weten in de reacties hieronder!
.png)


Opmerkingen