Gedragsverandering door Achterdocht
- 7 feb 2024
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 9 jun 2024
Zoals ik in de modules heb benoemd, spelen er bij dementie niet alleen veranderingen of problemen in het geheugen, maar komen ook vaak veranderingen in het gedrag voor. In de blogs wil ik hier steeds wat dieper op ingaan, zodat ik wat meer diepgang kan bieden.

Achterdocht is één van die veranderingen in het gedrag die kunnen voorkomen. De definitie van achterdocht is ‘de eigenschap dat je niets vertrouwt’, waarbij argwanend en wantrouwend als synoniem worden beschreven. De reden dat ik deze gedragsverandering als eerste wil bespreken, is omdat het vaak voorkomt bij de eerste fase van dementie (bedreigde ik fase, zie module 4).
Die eerste fase van dementie kenmerkt zich vaak door een bedreigd gevoel. Of het nu is door het doorhebben dat er iets niet klopt, of doordat het is doordat bijvoorbeeld spullen verdwijnen. Doordat iemand bijvoorbeeld geheugenklachten heeft, vergeet hij dat hij zojuist de sleutels in het nachtkastje heeft gelegd, zodat hij morgen als hij wakker wordt niet vergeet om ze mee naar beneden te nemen. Eenmaal dit gedaan te hebben, is hij deze handeling en beredenering gauw vergeten en zoekt hij zich rot naar de sleutels. Een logische gedachte is dat iemand anders ze dan heeft weggehaald of weggelegd. Hij kan zich namelijk écht niet meer herinneren dat hij ze zelf heeft beet gehad en op een mogelijk onlogische plek heeft neergelegd. Geheugenklachten zijn één van de redenen of oorzaken die achterdocht kunnen verklaren.
Ik zeg één van de redenen natuurlijk niet zomaar, want daarnaast zijn er nog enkele verklaringen te benoemen. Zoals we in module 2 over de werking van de hersenen hebben besproken, is er bij dementie sprake van hersenschade in de bovenste laag, ofwel in het bovenbrein. Het onderbrein werkt nog wel, en zoals we hebben besproken is dit het brein dat verantwoordelijk is voor overleven. Om te overleven heeft ons onderbrein heel handige functies bedacht, namelijk de fight-or-flight reactie en het aflezen van non-verbale communicatie. Als je niet meer goed weet waar je bent of wie andere personen zijn om je heen, je je spullen steeds niet kan vinden, geeft dit een onveilig en onprettig gevoel. Je voelt je niet op je gemak. Het onderbrein is dan erg actief om constant te beoordelen of de situatie waar je je in bevindt of de personen die om je heen zijn wel veilig zijn. Achterdocht kan op dat moment ook een overlevingsstrategie zijn.
Daarnaast kan er sprake zijn van wanen, waarbij iemand onjuiste overtuigingen heeft over de werkelijkheid. Zo kan iemand denken dat zijn of haar partner vreemd gaat, dat anderen hen willen vergiftigen of misschien wel iets aan willen doen. Begrijpelijk zorgt dit ook voor een onveilig gevoel waardoor iemand achterdochtig kan worden. Wanen kunnen bij de ziekte horen, maar kunnen ook veroorzaakt worden door een ontsteking en een delier. Het is goed om dit altijd na te gaan bij de huisarts.
Als iemand slecht ziet of slecht hoort, kan dit eveneens voor onjuiste interpretaties zorgen en achterdocht versterken. Iemand kan denken dat het geroezemoes bijvoorbeeld over hem gaat, of ziet niet goed wat iemand uit de kast pakt.
Maar hoe ga je er dan mee om? Het omgaan met achterdocht bij je naaste met dementie kan uitdagend zijn. Hier zijn enkele tips hoe je het beste met deze situaties om kunt gaan:
Rustig en begripvol reageren: Belangrijk om altijd in gedachte te houden dat in de beleving van jouw naaste iets écht gebeurt. Ondanks dat wij weten dat het wellicht niet zo is, is jouw naaste hier onrecht van overtuigd. Op het moment dat je hier tegenin gaat en de discussie aangaat, kom je alleen maar verder van elkaar te staan en kunnen emoties zoals boosheid, verdriet of angst toenemen. Reageer daarentegen rustig en met begrip, neem iemand serieus. Benoem de emotie die je ziet en probeer hem/haar het gevoel te geven dat je het begrijpt. Dit zorgt voor een gevoel van veiligheid.
Jij (J): Hee mam, hoe gaat het vandaag met je?
Moeder (M): Oh, hallo. Het gaat wel, denk ik. Maar er is iets vreemds aan de hand. Ik kan mijn sleutels nergens vinden.
J: Oh, dat klinkt vervelend. Laten we samen even rustig zoeken. Misschien zijn ze gewoon zoek geraakt. Waar heb je ze voor het laatst gezien?
M: Nou, ik weet het niet meer precies. Maar ik weet zeker dat ik ze hier had gelegd. Nu zijn ze weg, en ik denk dat iemand ze gestolen heeft.
J: Dat begrijp ik. Het moet frustrerend zijn om iets kwijt te zijn, vooral als het belangrijk is zoals je sleutels. Laten we eerst rustig rondkijken en proberen ze te vinden. Misschien zijn ze ergens in de buurt.
M: Ik heb al overal gezocht. Ik weet zeker dat ze gestolen zijn. Er zijn hier vast mensen die dat soort dingen doen.
J: Het is begrijpelijk dat je je zo voelt, mam. Het idee dat iemand je spullen zou stelen, maakt het natuurlijk extra moeilijk. Laten we samen nadenken over wat er kan zijn gebeurd. Misschien zijn ze per ongeluk ergens terechtgekomen waar je nog niet hebt gekeken.
M: Nou, ik weet het niet hoor. Misschien heb ik ze zelf wel laten slingeren. Maar ik ben er zo zeker van dat er hier iets niet klopt.
J: Het is normaal om je zo te voelen als er iets waardevols kwijt is. Laten we samen nog een keer de plekken doorgaan waar je al heeft gekeken, gewoon om er zeker van te zijn dat we niets over het hoofd zien. En als we ze niet kunnen vinden, kunnen we samen nadenken over wat we verder kunnen doen.
M: Hmm, oké. Laten we nog eens kijken. Maar ik denk echt dat ze gestolen zijn.
J: Dat begrijp ik, mam. Laten we eerst rustig zoeken, en daarna kunnen we praten over wat we kunnen doen om dit op te lossen. Ik ben er voor je, en we gaan dit samen aanpakken.
Afleiding Zoeken: Nadat je iemand serieus hebt genomen in zijn of haar verhaal, kan je eventueel ook proberen om de aandacht van de persoon te verleggen naar een andere, aangename activiteit. Bijvoorbeeld:
J: Zeker, begrijpelijk dat je je zorgen maakt over je sleutels. Laten we echter een korte pauze nemen en ons concentreren op een ontspannen moment met thee. Wie weet, terwijl we genieten, komt er wel een idee in je op waar de sleutels kunnen zijn. Wat denk je ervan?
M: Nou, dat klinkt eigenlijk best aangenaam. Laten we dat doen.
J: Laten we samen even tot rust komen met een kopje thee, en daarna kunnen we opnieuw met frisse energie naar de sleutels zoeken. Misschien komen we er wel achter waar ze verstopt zijn.
Veilige omgeving creëren: Achterdocht komt vaak voort uit een gevoel van onveiligheid en op de hoede moeten zijn. Zorg voor een rustige en vertrouwde omgeving met bijvoorbeeld vertrouwde spullen, herkenbare foto’s van familieleden en eigen meubels. Zorg voor goede verlichting. Spreek altijd duidelijk in iemands omgeving. Minimaliseer prikkels of drukte om overprikkeling te voorkomen.
Niet persoonlijk nemen: Een deel van wat het met ons doet en hoe we ermee omgaan, ligt natuurlijk bij ons. Wij zijn degenen die kunnen veranderen in ons gedrag en onze houding naar onze naaste toe, andersom kunnen we dit niet meer verwachten. Besef dat de achterdocht deel uitmaakt van de aandoening en niet een persoonlijke aanval is. N
Professionele hulp inschakelen: Als de achterdocht leidt tot gevaarlijk of zeer storend gedrag, aarzel dan niet om hulp te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld bij een huisarts of een casemanager dementie.
Ik hoop dat deze blog wat meer inzicht en handvatten heeft gegeven over wat achterdocht inhoudt, waar het mogelijk vandaan komt en hoe je er mee om kunt gaan. Natuurlijk is het begrijpelijk dat het niet altijd lukt om even rustig en tactvol te reageren. Als mantelzorger of naaste ben je ook maar een mens die zijn best doet en waarvoor het soms even (te) veel is. Ik hoop dat je hierin ook begripvol naar jezelf kan kijken. De keer dat het wél lukt, is een mooi moment voor jullie beiden. Laat in de reacties vooral jouw vragen, opmerkingen of verhaal achter.
.png)



Opmerkingen