top of page

Gedragsverandering door Hallucinaties

  • 6 apr 2024
  • 4 minuten om te lezen

Mevrouw Janssens woont sinds enkele maanden in het verpleeghuis. Ze heeft de ziekte van Alzheimer en na het overlijden van haar echtgenoot kon zij niet meer alleen thuis blijven wonen. Sinds ze in het verpleeghuis woont, wordt er gezien dat ze goede dagen heeft, maar soms ook wat verward en onrustig is. Vandaag lijkt zo’n onrustige dag te zijn. Terwijl de verpleegkundige, Jantine, de medicatie klaarmaakt, hoort zij mevrouw Janssens roepen vanuit haar kamer. Jantine loopt snel naar binnen en ziet dat ze bezorgd uit het raam staart, naar de bomen aan de overkant.


"Mevrouw Janssens, wat ziet u daar?" vraagt Jantine terwijl ze naast haar gaat zitten. Ze kijkt de verpleegkundige met grote ogen aan en begint te vertellen over mensen die in de bomen klimmen en haar aanmoedigen. Jantine probeert haar gerust te stellen en uit te leggen dat de mensen in de bomen niet echt zijn, dat het haar verbeelding is die haar voor de gek houdt. Maar het is moeilijk voor haar om dit te begrijpen. Ze blijft praten over stemmen die haar bekritiseren en over haar man die naast haar zit, ook al is hij al lang geleden overleden.


Wat is er met mevrouw Janssens aan de hand?


Mevrouw Janssens lijkt last te hebben van hallucinaties. Er is sprake van een hallucinatie wanneer iemand iets ziet, hoort, ruikt, proeft of voelt, dat er in werkelijkheid niet is. Het kan voorkomen dat iemand iets ziet dat er niet is, zoals mevrouw Janssens mensen in de bomen ziet klimmen of haar overleden man naast haar ziet zitten. Dit is een hallucinatie die betrekking heeft op wat iemand ziet. Maar daarnaast kan het ook betrekking hebben op wat iemand hoort, ruikt, proeft of voelt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Iemand hoort stemmen die er eigenlijk niet zijn.

  • Iemand ruikt een brandgeur, terwijl er geen brand is.

  • Iemand proeft bedorven voedsel, terwijl er normaal voedsel gegeten wordt.

  • Iemand voelt dat er insecten over de huid kruipen, terwijl er niets gebeurt.


Waar worden hallucinaties door veroorzaakt?


Net zoals bij wanen, is het achterhalen van de oorzaak van hallucinaties soms lastig. Het advies is altijd om de huisarts te bezoeken en met hem of haar te achterhalen wat de veroorzaker is van de hallucinaties. Enkele factoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van hallucinaties zijn:


Schade aan de hersenen: Dementie leidt tot veranderingen in de hersenen door het afsterven van hersencellen. Deze veranderingen kunnen de manier waarop onze hersenen informatie verwerken en interpreteren verstoren. Dit kan hallucinaties veroorzaken. 


Verstoringen in de neurotransmitters: Bij dementie kunnen er verstoringen optreden in de hoeveelheid neurotransmitters in de hersenen. Neurotransmitters zijn de chemische boodschappers in de hersenen. De verstoringen kunnen bijdragen aan het optreden van hallucinaties. Dit zien we vaker terug bij Parkinson dementie en Lewy Body Dementie. 


Lichamelijke oorzaken: Mensen met dementie hebben vaak naast de dementie ook andere lichamelijke aandoeningen of gezondheidsproblemen. Ze zijn kwetsbaarder en bij het oplopen van een infectie (denk aan een nier- of blaasontsteking) hebben zij een verhoogd risico op het ontwikkelen van een delier. Een delier is een plotselinge verandering in de mentale toestand, waarbij iemand acuut verward raakt. Kenmerken van een delier zijn verwardheid, desoriëntatie en een verminderd bewustzijn. Bij een delier kan iemand hallucinaties laten zien. 


Veranderingen in het zicht of gehoor: Soms kan de oorzaak ook liggen in het gehoor- en zichtsvermogen van je naaste. Wanneer iemand slechter ziet of hoort, kan informatie onbewust verkeerd geïnterpreteerd worden. 


Medicatie: Sommige medicijnen die worden gebruikt om symptomen van dementie te behandelen, zoals antipsychotica of slaapmiddelen, kunnen bij sommige mensen hallucinaties veroorzaken of verergeren als bijwerking.


Wat kan je als naaste doen?

  • Allereerst is het belangrijk om altijd de huisarts en/of psycholoog te raadplegen. Hallucinaties kunnen veroorzaakt worden door lichamelijke aandoeningen, zoals een infectie of delier of door bepaald medicijngebruik. Het is goed om dit uit te laten sluiten door de arts. 

  • Zorg voor een rustige, overzichtelijke en vertrouwde omgeving. Let op de verlichting, voorkom schaduwen of donkere schemerachtige omgevingen. Let op harde muziek of luide tv-programma’s. 

  • Neem de hallucinatie altijd serieus. Jouw naaste ervaart dit écht. Wanneer je er tegenin gaat en laat merken dat je jouw naaste niet gelooft, kan dit enkel ervoor zorgen dat hij of zij nóg meer van streek raakt. 

  • Check welk gevoel de hallucinatie bij jouw naaste oproept. Soms zijn mensen zich ervan bewust dat het niet echt is of vinden zij de hallucinatie positief. Maar voor anderen kan een hallucinatie heel angstaanjagend zijn. 

  • Er zijn verschillende mogelijkheden om op hallucinaties te reageren, en dit is per persoon en per situatie afhankelijk. 

  • Als iemand angstig is, is het belangrijk om een nuchtere, kalme houding aan te nemen en niet zelf ook met onzekerheid of angst te reageren. Belangrijk is dat je veiligheid uitstraalt en iemand het gevoel geeft dat hij of zij serieus genomen wordt. 

  • Als iemand er positief of rustig onder is of er hard om moet lachen, kan je benoemen dat je het fijn vindt dat jouw naaste vrolijk is, maar is het beter om er niet te veel inhoudelijk op in te gaan. 

  • Enkele voorbeelden van hoe je zou kunnen reageren:

  • U ziet mensen in de bomen klimmen, die u aanmoedigen en aan het roepen en zwaaien zijn. Voor u is dat heel echt. Als ik naar buiten kijk, naar de boom, dan zie ik het niet. Wel zie ik daar dat huis staan, de auto’s rijden en dat meisje met haar moeder lopen. 

  • U ziet een man in de woonkamer staan? Laat me even kijken. Als ik nu op de plek ga staan die u aanwijst. Wat gebeurt er dan? Wat ziet u nu? Is het beeld weg? Oké, dus dat beeld zat mogelijk in uw hoofd, net als een droom. 

  • U hoort steeds stemmen die u roepen, dat klinkt heel eng. Wat zeggen de stemmen? Ik kan zien dat je er bang van wordt. Dat begrijp ik heel goed, dat lijkt me ook naar om te horen. 

  • U ziet steeds die mensen voorbij lopen, die boos naar u kijken. Jeetje, dat is ook wat. Ik ga er wat aan doen en ik stuur ze weg. Zo, gedaan. Ik heb ze uit huis gestuurd, u bent nu veilig. Ik ben er en blijf ook in de buurt. 

  • Een afleidende bezigheid kan helpen om iemand af te leiden van de hallucinatie. Denk bijvoorbeeld aan hardop laten tellen, de polsen onder de koude kraan houden, een douche nemen, even wandelen, muziek luisteren, ademhalingsoefeningen doen, iets eten of drinken of even uit de ruimte gaan.



 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

©2026 Samen Sterk Tegen Dementie

bottom of page