top of page

Gedragsverandering door Depressie

  • 2 mrt 2024
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 9 jun 2024

“Het begon met kleine veranderingen. Mevrouw de Vries vergat soms namen en details, en haar glimlach werd een schaduw van de stralende lach die eens haar gezicht sierde. Naarmate de dementie vorderde, veranderde niet alleen het geheugen van mevrouw De Vries, maar ook haar gemoedstoestand. Een sluipende depressie glipte binnen, als een ongenode gast die de vreugde uit de kamer zoog.


Anne, de mantelzorger, werd geconfronteerd met een dubbele strijd. Ze zorgde niet alleen voor de dagelijkse behoeften van haar moeder, maar moest ook omgaan met de emotionele tol van de depressie die haar moeder overspoelde. Het was als het proberen te navigeren door een donkere tunnel zonder zichtbare uitgang.


Het is moeilijk, zuchtte Anne terwijl ze haar verhaal deelde. Mijn moeder was altijd zo levendig en optimistisch. Nu zie ik haar worstelen met verdriet en gevoelens van hopeloosheid. Het is hartverscheurend."

 

Depressie is een aandoening die veel voorkomt, niet alleen onder ouderen. Bij een depressie denken we vaak aan somberheid, geen zin meer in dingen hebben, weinig doen of misschien wel veel op bed liggen. Het heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven, niet alleen voor diegene zelf, maar ook voor de omgeving. Daarnaast heeft het grote invloed op het dagelijks functioneren. Soms is de depressie zo erg, dat iemand niet meer kan werken of zelfs niet meer goed voor zichzelf of anderen kan zorgen.

 

Als we kijken naar de achterliggende theorieën over de oorzaak en het in stand houden van een depressieve stoornis, wordt door het leertheoretische model gezegd dat een depressie (en dan met name het depressieve gedrag) ontstaat door onvoldoende positieve reacties op het gedrag van iemand of onvoldoende activiteiten die voldoening geven. Hierdoor kan iemand minder gaan ondernemen en haalt hij of zij vervolgens minder voldoening uit de dagen. Dit versterkt de depressieve gevoelens en zorgt weer voor nóg minder doen. Dit noemen we ook wel de vicieuze gedragscirkel.


Daarnaast kan een depressie ontstaan door bepaalde overtuigingen of ‘leefregels’ die iemand heeft gecreëerd in het leven, waar niet (meer) aan voldaan kan worden. Zo kan iemand bijvoorbeeld een leefregel hebben, dat hij of zij altijd voor een ander klaar moet staan en voor een ander moet zorgen om zelf een goed mens te zijn of om zichzelf goed te voelen. Als er dan iets gebeurt in iemands leven, bijvoorbeeld dat iemand een ongeluk krijgt en meer afhankelijk wordt van een ander, kan dit ervoor zorgen dat niet hij of zij niet meer aan die leefregel kan voldoen. Als de gedachten erg geloofwaardig zijn, dat je zonder voor een ander te zorgen, zelf geen goed mens bent, kunnen deze gedachten leiden tot sombere gevoelens. Het wordt nu een beperkende leefregel, die zorgt voor somberheidsklachten.


Ook is er natuurlijk nog de aanleg, de genetische factor, die van invloed is op het ontstaan van een depressie. In sommige families komen depressieve stemmingsstoornissen vaker voor dan in andere families. Vaak zien we dat er sprake is van een combinatie van factoren die een depressie veroorzaken. Zo zal iemand mogelijk een kwetsbaarheid hebben vanuit de genen, kunnen er bepaalde heftige of nare situaties zijn voorgevallen en heeft iemand bepaalde ‘leefregels’ die beperkend zijn geworden. 

 

Een depressie kenmerkt zich bij gezonde volwassen door symptomen als:

  • Een sombere stemming bijna elke dag of het grootste deel van de dag

  • Verminderde interesse en plezier in alle of bijna alle activiteiten

  • Gewichtsverlies of gewichtstoename óf bijna elke dag een afgenomen of toegenomen eetlust

  • Moeilijk in slaap vallen en vaak in het midden van de nacht of vroeg in de ochtend weer wakker worden óf juist overmatige slaperigheid

  • Lichamelijke rusteloosheid óf lichamelijke vertraging

  • Vermoeidheid en verlies van energie

  • Gevoelens van waardeloosheid óf erge, onterechte schuldgevoelens

  • Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid

  • Terugkerende gedachten aan de dood of zelfdoding

 

Vijf (of meer) van de bovengenoemde symptomen moeten aanwezig zijn, waarbij in ieder geval minstens één van de symptomen moet zijn dat iemand 1) een sombere stemming heeft of 2) een verlies van interesse of plezier ervaart. Daarnaast moeten de symptomen zo ernstig zijn, dat ze ervoor zorgen dat iemand problemen krijgt op bijvoorbeeld zijn werk of in zijn relaties, om te spreken van een depressieve stoornis. Als dit niet zo is, spreken we vaak enkel van depressieve stemmingsklachten.

 

Maar hoe zit het dan met depressie bij dementie?


Vaak is bij dementie een depressie lastig te herkennen en vast te stellen. Desondanks komt het vaak voor: de schattingen dat depressie voorkomt bij mensen met dementie lopen op tot ongeveer 50%. Doordat ouderen vaak meerdere ziektes of gezondheidsproblemen hebben, waar ze ook medicatie voor krijgen, zie je vaak overlap in de symptomen. Zo kan iemand door bepaalde lichamelijke aandoening symptomen laten zien als vermoeidheid, traagheid en initiatiefverlies en slaapstoornissen; dé symptomen die ook gezien kunnen worden bij gezonde volwassenen met een depressie. Daarnaast kunnen deze symptomen natuurlijk ook bij de dementie zelf passend zijn.

 

Bij de diagnose dementie geldt daarom het depressie symptoom ‘verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid’ niet in het vaststellen van een depressieve stemmingsstoornis. In plaats daarvan zijn twee symptomen toegevoegd die we vaak zien bij depressie bij dementie, namelijk: prikkelbaarheid en sociale isolatie of terugtrekken.

 

Depressie bij dementie kan ontstaan door verschillende factoren. Het kan natuurlijk een reactie zijn op de diagnose dementie zelf en op het onvermogen dat iemand hierdoor ervaart. Als iemand in zijn vroegere leven ook sneller last had van stemmingsklachten, is de kans groter dat er ook een depressie naast de dementie ontstaat. De twee theorieën die ik hierboven besprak over de vicieuze cirkels door minder activiteit of door meer negatieve gedachten, zijn natuurlijk ook bij mensen met dementie van toepassing.

 

Daarnaast kan de schade aan de hersenen óók voor somberheid of depressieve klachten zorgen, bijvoorbeeld wanneer er schade is aan de hersendelen die met de stemming te maken hebben. We zien bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson, dat de activiteit van serotonine in het brein – het stofje dat van invloed is op onze stemming en bekendstaat als het ‘gelukshormoon’ – aanzienlijk verminderd is. Dit zorgt ervoor dat depressie bij de ziekte van Parkinson veel voorkomt.

 

Ondanks dat veel mensen zeggen en denken dat behandeling niet mogelijk is, is niets minder waar. Verbetering is mogelijk én noodzakelijk! Raadpleeg altijd de huisarts en/of psycholoog en vraag om hulp!


Wat kan je zelf al doen?


Het allereerste en allerbeste wat je bij depressie bij dementie kan doen, is: gedragsactivatie! Als we terugdenken aan de vicieuze cirkel, waarbij veel mensen zich meer en meer terugtrekken en minder voldoening uit de dagen halen, is het goed om in kaart te brengen wat iemand leuk vindt. Waar haalt jouw naaste nog voldoening uit? Waar geniet jouw naaste nog van? Wat zijn die activiteiten die jullie samen kunnen ondernemen? Waardoor voelt jouw naaste zich nuttig? Wat voor dingen kan jouw naaste nog goed zelf zonder confrontatie met onvermogen? Wat kan je samen voor prettige activiteiten ondernemen?

 

  • Maak samen een fijn dagprogramma of weekoverzicht. Dit biedt duidelijkheid, structuur en houvast. Denk hierbij ook aan voldoende beweging en voldoende daglicht (minimaal 15 minuten per dag). Plan dus ook activiteiten in, in de buitenlucht. Als dit niet mogelijk is, denk dan ook aan zitten voor het raam of een daglichtlamp.

  • Stimuleer om goed te blijven eten en drinken.

  • Belangrijk is dat je er met name ‘bent’. ‘Er zijn’ voor jouw naaste is het allerbelangrijkste. Denk maar terug aan de basisbehoeften die ik besprak in module 4. Uiteindelijk wil elk mens zich begrepen en gehoord voelen. Dat jij de klachten serieus neemt, belangstelling toont en het verhaal van jouw naaste luistert, is het allerbelangrijkste.

  • Probeer nadat jouw naaste zijn of haar verhaal heeft kunnen doen, over te gaan op een positiever, ander onderwerp. Bijvoorbeeld door te praten over fijne momenten van vroeger of herinneringen aan vroeger waar hij of zij een prettig gevoel aan over heeft of trots op is. Als je dit moeilijk vindt, kan je ook proberen te praten over herinneringen waar jíj een fijn gevoel aan over hebt gehouden. Je hebt dan zelf de controle om over iets leuks, moois of grappigs te praten met jouw naaste.

  • Complimenteer jouw naaste voor de dingen die wél nog goed gaan of die hij/zij tóch onderneemt ondanks dat hij/zij zich niet goed voelt.

  

Wat moet je vooral níet doen?

 

  • Probeer de klachten van jouw naaste niet te bagatelliseren of te negeren.

  • Moedig jouw naaste niet aan om flink te zijn of om het maar te accepteren.

  • Geef jouw naaste niet het idee dat hij of zij zeurt.

  • Probeer geen goedbedoelde adviezen te geven, vaak kapt dit het gesprek én het gevoel af.  


Zoek altijd professionele hulp bij depressie van de huisarts en/of psycholoog.

 

 

 

 

Bronnen: Handboek Ouderenpsychiatrie, Protocollaire Behandelingen voor Volwassenen met Psychische Klachten, Dementie en Psychiatrie in Woord en Beeld - Een Systematische Handleiding, Alzheimer Nederland, Hersenstichting, DSM-5, Proefschriftbespreking ‘Ziekte van Parkinson, depressie en serotonine (Dr. A.F.G. Leentjes)

 

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

©2026 Samen Sterk Tegen Dementie

bottom of page