top of page

De verschillende hersenfuncties en dementie: Sociale cognitie

  • 6 jul 2024
  • 5 minuten om te lezen

Deze week plaats ik de laatste blog van de reeks “De verschillende hersenfuncties en dementie”. In de eerdere blogs heb ik de verschillende hersenfuncties, die al kort aan bod kwamen in module 1, belicht. Zo stonden we stil bij de complexe aandacht, het executief functioneren, leren en geheugen, taal en perceptueel-motorisch functioneren. Je kan op de link klikken om deze verschillende blogs nog eens terug te lezen. 


In deze blog staan we stil bij de laatste hersenfunctie die ik met jullie wil bespreken. En dat is deze week een hersenfunctie die erg belangrijk is voor ons in ons overlevingsmechanisme, maar natuurlijk ook in ons dagelijks leven tegenwoordig, namelijk de sociale cognitie. 


Als we het hebben over de sociale cognitie, bedoelen we daarmee hoe we informatie over anderen verwerken en begrijpen. Deze hersenfunctie helpt ons om met andere mensen om te gaan en te begrijpen wat ze denken en voelen.


Stel je voor dat je met iemand praat en je merkt dat die persoon verdrietig is. Je begrijpt dat je vriendelijk en ondersteunend moet reageren. Maar stel je voor dat je iemand tegenkomt die heel erg boos is en misschien wel dreigt, is het belangrijk dat we dit gauw opmerken en misschien een stap achteruit zetten. Dit hele proces is een voorbeeld van sociale cognitie. 


Natuurlijk vallen hieronder ook weer enkele processen en begrippen die ervoor zorgen dat we sociale interacties begrijpen en hier goed op kunnen reageren. Hieronder bespreken we twee belangrijke begrippen: emotieherkenning en Theory of Mind.


Emotieherkenning is het vermogen om de emoties van anderen te zien en te begrijpen. Dit gebeurt door naar gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal te kijken, maar ook door te luisteren naar de toon van iemands stem. In het voorbeeld van hierboven, beoordeelt jouw brein dat iemand boos is, omdat hij een frons op zijn gezicht heeft, zijn ogen fel kijken, zijn mondhoeken naar beneden zijn gericht en hij met een grote sterke houding en gebalde vuisten op je af komt lopen. Hij roept ook nog met een harde toon “Hé daar!”, waardoor je extra bevestigd krijgt dat deze persoon niet vrolijk is. Al deze informatie pikt jouw brein automatisch op, daar hoef je niet over na te denken. Je begrijpt daarom direct dat iemand boos is. 


Zoals ik module 2 vertelde, is dit een heel handige functie van ons brein. Doordat je in een fractie van een seconde, vaak onbewust, beoordeelt dat de persoon die je ziet staan en op je afkomt lopen boos is, zal je jouw gedrag hierop aanpassen. Jouw brein zorgt er vervolgens voor dat je die persoon niet met open armen en vreugde benadert, maar dat je misschien een stapje terugneemt en kijkt of je zelf veilig bent. 


Het begrip en proces ‘Theory of Mind’ gaat nog een stapje verder. Dit is het vermogen om te begrijpen dat andere mensen hun eigen gedachten, gevoelens en meningen hebben die anders kunnen zijn dan die van ons. Om je te kunnen verplaatsen in wat iemand anders denkt of voelt, heb je emotieherkenning nodig. Je brein moet zoals hierboven beschreven de ander kunnen lezen (kijkend naar de gezichtsuitdrukking, emotie, toon van iemands stem en wat iemand zegt) om vervolgens zich te kunnen inleven in wat er in iemand anders omgaat. 


Ook dit is een belangrijke functie, want dit helpt ons om te voorspellen hoe anderen zich zullen gedragen en om bijvoorbeeld meelevend te reageren. Op het moment dat we voorspelbaarheid kunnen creëren, door te begrijpen hoe een ander zich gedraagt of mogelijk voelt, betekent dat ook een stuk veiligheid. We weten hierdoor dat de ander ons niet ineens aan zal vallen, dus verhoogt dit onze overlevingskans. Daarnaast zorgt dit ervoor dat we goed in de groep liggen. Je kan bijvoorbeeld meelevend reageren, omdat je weet of begrijpt wat een ander voelt in een bepaalde situatie, wat ervoor zorgt dat je vrienden maakt in plaats van vijanden. En vanuit de evolutie gezien, zo lang we ons in een groep bevinden, is de kans groter dat we beschermd zijn voor gevaar uit de omgeving. Theory of Mind stelt ons ook in staat om te begrijpen dat een persoon anders kan denken over een bepaalde situatie dan hoe wij zelf denken over die situatie. 

In onderstaand filmpje wordt nog wat uitgelegd over de Theory of Mind en hoe dit zich ontwikkelt bij kinderen. Er wordt ook over autisme gesproken, omdat we bij autisme zien dat een kind dit niet goed ontwikkelt. Echter, je kan je ook voorstellen dat door schade aan het brein, iemand met dementie dezelfde problemen kan hebben met de Theory of Mind als iemand met autisme.




Wat zien we terug in de sociale cognitie bij dementie, wanneer dit niet meer goed werkt?

Bij mensen met dementie kan het voorkomen dat er problemen ontstaan in de sociale cognitie. Dit betekent dat mensen met dementie moeite kunnen hebben met het herkennen van emoties bij anderen mensen en het begrijpen van of inleven in wat anderen denken en voelen.


Als er schade is aan het zoogdierenbrein, ofwel het emotionele brein, kan terug worden gezien dat iemand emoties minder goed herkent. De signalen worden nog wel vanuit onze zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken en proeven) naar de hersenen gestuurd, maar door de dementie wordt deze informatie niet meer begrepen of juist verwerkt. Er kan dus geen betekenis of emotie gegeven worden aan de lichaamshouding, de toon van iemands stem of de gezichtsuitdrukking. Dit zorgt ervoor dat mensen met dementie bijvoorbeeld niet doorhebben dat iemand verdrietig of boos is. Jouw naaste met dementie ziet bijvoorbeeld zijn of haar kind of kleinkind huilen, maar begrijpt niet dat hij of zij verdrietig is en reageert daarom niet op een troostende manier.


Met betrekking tot de Theory of Mind kan het moeilijk worden voor iemand met dementie om te begrijpen dat anderen verschillende gedachten en gevoelens hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld niet inzien of inleven dat iemand anders een andere mening heeft of zich anders voelt over een situatie. Iemand met dementie begrijpt dan niet waarom hun partner bezorgd is over hun gezondheid en reageert boos of verward.


Bijvoorbeeld bij frontotemporale dementie zien we dat mensen met dementie moeite krijgen met het inleven in een ander. Schade aan de frontale delen in de hersenen (het rationele brein) zorgt voor een minder goed werkende Theory of Mind bij dementie. Hierdoor begrijpen zij minder goed waarom iemand boos of verdrietig op een situatie reageert, omdat ze zich niet goed kunnen inleven of verplaatsen.


Hoe kan je iemand met dementie helpen die problemen heeft met sociale cognitie?

Als naaste of mantelzorger kun je het een en ander doen om jouw persoon met dementie te ondersteunen. Hier zijn een paar tips en handvatten:

  1. Probeer als naaste woorden te geven aan de emoties. Als je ziet dat de persoon met dementie niet begrijpt dat iemand verdrietig is, kun je zeggen: "Ik zie dat hij verdrietig is, misschien kunnen we hem een knuffel geven."

  2. Bied duidelijkheid door uit te leggen wat er in een situatie gebeurt en wat dit met jou of een ander doet.

  3. Geef aan wat je nodig hebt of wat je behoeften zijn, in plaats van af te wachten tot jouw naaste ziet wat er met jou aan de hand is. Dit zal voor jullie beiden mogelijk tot frustratie en onbegrip leiden.

  4. Zoek met elkaar naar nieuwe manieren om te communiceren. Ga het gesprek aan en vraag jouw naaste wat hij of zij hierin nodig heeft van jou. 


Wat zie jij terug in de sociale cognitie bij jouw naaste met dementie? Wat doe je om hem of haar hierbij te helpen? Laat het weten in de reacties hieronder!



Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

©2026 Samen Sterk Tegen Dementie

bottom of page