De verschillende hersenfuncties en dementie: Taal
- 3 jun 2024
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 9 jun 2024

Vandaag schrijf ik opnieuw een blog voor jullie over de verschillende hersenfuncties en dementie. De afgelopen weken hebben we stilgestaan bij de hersenfuncties: complexe aandacht, het executief functioneren en leren en geheugen. Deze week zijn we aangekomen bij het gebied ‘taal’.
Taal is een heel belangrijke hersenfunctie, omdat deze een rol speelt in communiceren met elkaar, in leren en in sociale interactie. Het is het deel van onze hersenen dat ons helpt om te praten, te begrijpen wat anderen zeggen, te lezen en te schrijven. Deze hersenfunctie zorgt ervoor dat we woorden kunnen vormen en de betekenis van woorden en zinnen kunnen begrijpen.
Bijna alle mensen hebben dit taaldomein in de linkerhelft van hun hersenen. Twee belangrijke gebieden in deze helft zijn het gebied van Broca en het gebied van Wernicke. Het gebied van Broca helpt ons om woorden te vinden en zinnen te maken. Het gebied van Wernicke zorgt ervoor dat we begrijpen wat we horen en lezen. Het taaldomein werkt samen met andere delen van de hersenen. Bijvoorbeeld, als je iemand hoort praten, stuurt het taaldomein signalen naar de gebieden die geluid verwerken. Daarna helpt het je om de woorden en zinnen te begrijpen.
In de taal onderscheiden we verschillende functies:
Expressief taalvermogen = ons vermogen om zelf taal te gebruiken. Het omvat alles wat we doen om onze gedachten en ideeën in woorden uit te drukken. Bijvoorbeeld, als je vertelt wat je vandaag hebt gedaan of als je een verhaal schrijft, gebruik je je expressieve taalvermogen. Dit gaat dus over praten en schrijven.
Grammatica en syntaxis (= de opbouw van zinnen en woorden) gaan over de regels die bepalen hoe we woorden in zinnen plaatsen. Grammatica omvat de regels voor het juist gebruiken van woorden, zoals meervoudsvormen en werkwoordstijden. Syntaxis is een onderdeel van grammatica en gaat specifiek over de volgorde van woorden in een zin. Bijvoorbeeld, in de zin "De kat zit op de mat" is de volgorde van de woorden belangrijk om de juiste betekenis over te brengen. Zonder goede grammatica en syntaxis zouden onze zinnen niet logisch of begrijpelijk zijn (bijvoorbeeld: "Zit mat de op kat de.").
Receptief taalvermogen = ons vermogen om taal te begrijpen. Het betekent dat we kunnen luisteren naar wat anderen zeggen en de betekenis ervan kunnen begrijpen, en hetzelfde geldt voor het lezen van teksten. Als iemand je bijvoorbeeld vraagt "Hoe laat is het?" dan begrijp je door je receptieve taalvermogen wat die persoon bedoelt en kun je antwoord geven.
Al deze onderdelen werken samen om ons taalvaardig te maken. Hier is hoe ze samenhangen:
Expressief taalvermogen stelt ons in staat om gedachten en gevoelens uit te drukken door te praten en te schrijven.
Grammatica en syntaxis zorgen ervoor dat onze woorden en zinnen correct en begrijpelijk zijn, zodat anderen ons kunnen begrijpen.
Receptief taalvermogen zorgt ervoor dat we kunnen begrijpen wat anderen zeggen en schrijven, zodat we effectief kunnen communiceren.
Dus stel je voor dat je met iemand praat: je gebruikt dan je expressieve taalvermogen om te zeggen wat je denkt. Grammatica en syntaxis gebruik je om je zinnen duidelijk en correct te maken en de andere persoon gebruikt zijn receptieve taalvermogen om te begrijpen wat je zegt.
Wat zien we terug in de taal bij dementie, wanneer dit niet meer goed werkt?
De taalproblemen die optreden bij mensen met dementie kunnen variëren afhankelijk van het type en de ernst van de aandoening. Taalproblemen worden bij hersenletsel en dementie afasie genoemd. Binnen afasie zijn er twee vormen, namelijk problemen met het taalbegrip of problemen met het taalgebruik. Afhankelijk van het gebied dat in de hersenen wordt aangetast, zie je problemen in het taalbegrip of taalgebruik terug bij jouw naaste met dementie. In het onderstaande filmpje vind je hierover nog een uitleg.
Problemen die we terug kunnen zien bij dementie:
Moeilijkheden met het vinden van woorden of het benoemen: Iemand met dementie kan moeite krijgen met het vinden van de juiste woorden. Dit kan leiden tot veel pauzes wanneer ze spreken (voor het zoeken naar woorden) of het gebruik van vage termen zoals "je weet wel" of "dat ding".
Verminderde vloeiendheid: Spraak kan minder vloeiend en moeizamer worden, met haperingen en herhalingen.
Verminderde complexiteit van zinnen: Mensen met dementie kunnen korte, eenvoudige zinnen gaan gebruiken en moeite hebben met zinnen die langer of complex zijn opgebouwd. Een voorbeeld dat gemakkelijk is: “De hond springt op tafel.” Een voorbeeld dat moeilijker wordt: “De hond springt op tafel, wanneer hij de instructie ‘spring’ hoort en hij beloond wordt met een snoepje.
Problemen met grammatica: Het kan voorkomen dat iemand moeite krijgt met het gebruik van de juiste vervoegingen van werkwoorden. Dat kan ervoor zorgen dat zinnen fout zijn. Een voorbeeld is: “Jan heeft daar net geloopt.”
Verlies van zinsstructuur: Mensen met dementie kunnen moeite hebben met het organiseren van woorden in correcte zinsvolgorde, wat resulteert in verwarde of onvolledige zinnen. Bijvoorbeeld: “Ik, ehh, naar de winkel, brood… melk, eh, kopen.” in plaats van dat iemand zegt: “Ik ga vandaag naar de supermarkt om brood en melk te kopen.”
Vervlakking van taal: De taal kan minder rijk en gedetailleerd worden, met eenvoudige en repetitieve zinnen. Een voorbeeld, zonder dementie, kan zijn: “Het was een prachtige zomerdag. De zon scheen helder en de vogels zongen in de bomen. We besloten een lange wandeling te maken langs het strand, waar de golven zachtjes tegen de kust aanspoelden.” Een voorbeeld, met dementie, kan zijn: “Het was een mooie dag. De zon scheen. We gingen wandelen op het strand.”
Verminderd begrip: Mensen krijgen vaak moeite met het begrijpen van taal. Ze horen wel wat je zegt, maar begrijpen niet wat je bedoelt.
Uitvoeren van handelingen of activiteiten na een mondelinge opdracht: We zien daarnaast ook dat iemand met dementie, die problemen heeft in de taal, moeite kan krijgen met het uitvoeren van opdrachten. Ze kunnen de taal niet omzetten naar een handeling. Bijvoorbeeld: iemand kan hardop voorlezen op een briefje en begrijpen dat hij de afwas mag afdrogen met de theedoek, maar kan dit niet omzetten naar de handeling om de theedoek van het haakje te pakken en te starten met het afdrogen van het bord dat op het aanrecht staat.
Tips en handvatten hoe je jouw naaste met problemen in de taal kan ondersteunen:
Het ondersteunen van iemand met dementie en taalproblemen kan uitdagend zijn, maar er zijn verschillende strategieën die naasten kunnen helpen om de communicatie te verbeteren en de kwaliteit van interacties te verhogen. Hier zijn enkele tips:
Wees geduldig en kalm. Geef jouw naaste de tijd om te reageren en probeer niet te haasten. Wees geduldig als hij of zij moeite heeft met het vinden van de juiste woorden.
Gebruik korte, eenvoudige zinnen en vermijd complex taalgebruik.
Stel één vraag tegelijk of geef één instructie tegelijk om verwarring te voorkomen.
Kijk jouw naaste aan wanneer je tegen hem of haar praat. Dit kan helpen bij het vasthouden van de aandacht en het verbeteren van het begrip.
Zorg voor een rustige omgeving zonder veel prikkels. Dit maakt het gemakkelijker voor jouw naaste om zich te concentreren op wat je zegt of wat zij terug willen zeggen.
Maak eventueel gebruik van gesloten vragen, die enkel met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden zijn. Bijvoorbeeld: “Wil je kaas op je boterham?” In plaats van: “Wat lust je op je boterham?”
Maak gebruik van non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukkingen, gebaren of lichaamstaal) om je woorden te ondersteunen.
Wijs bijvoorbeeld naar voorwerpen of gebruik afbeeldingen om je boodschap duidelijker te maken.
Als jouw naaste je niet begrijpt, probeer dan dezelfde boodschap op een andere manier te zeggen. Herhaal belangrijke informatie, maar doe dit op een kalme, geduldige en vriendelijke manier.
Als jouw naaste je écht niet begrijpt, probeer het dan op een later moment nog eens te zeggen of vragen. Blijf er niet in doorgaan, dat zorgt enkel voor frustratie bij jullie beiden.
Bied steun, begrip en geruststelling wanneer jouw naaste gefrustreerd of geëmotioneerd reageert als hij of zij er niet uitkomt en/of niet duidelijk kan maken wat hij/zij wil zeggen.
Wat zie jij terug in de taal bij jouw naaste met dementie? Wat doe je om hem of haar hierbij te helpen? Laat het weten in de reacties hieronder!
.png)



Opmerkingen